Wolf op Woensdag

gast II

g

‘Dat ruikt lekker! Wanneer gaan we eten?’ De wolf staat, met een koffertje in zijn hand, in de keuken.

‘Hoe kom jij binnen?’ vraag ik. Ik veeg mijn handen af aan mijn schort. 

‘Check je wc-raampje, meissie’ zegt hij met een grijns.  ‘Ik zet mijn spullen alvast even boven neer, hoor!’

‘Nee, wacht!’ Ik zwaai de pollepel uit de spaghettisaus. Druppels rode saus vliegen door de keuken. Maar de wolf is al naar boven.

‘Pas jij door dat miniraampje?’ Hijgend sta ik in de deuropening van mijn werkkamer.

De wolf ligt languit op mijn meditatiekussen. ‘Nee joh! Denk dat je wat kwijt was.’ Hij houdt iets omhoog. Dáár was dus mijn huissleutel.

Over de auteur

Jacqueline van den Bosch

Reageer

Wolf op Woensdag