Weg


Ik pak wat uit een kast als er iets uitvalt. Een oud fotoboekje valt open op de grond en jij kijkt me aan. Je bent net vijf en speelt met mijn ovenwanten, je pyjamabroek als konijnenoren omgekeerd op je hoofd. Het is alsof ik een trap in mijn maag krijg. Ik moet zo weg, maar ik kan het even niet. Ik staar naar de foto, streel met mijn vingers over het papier en besef dat jij de leegte bent die ik altijd maar voel in mijn leven. Het enige puzzelstukje waardoor de puzzel weer compleet is. Maar het is weg. Jij bent weg. En mijn leven klopt nog steeds niet.

 

Een kwartier later zit ik toch in de auto. Het is donker. Ik heb mijn tranen ingeslikt. Ze bonken tegen mijn keel. Ik doe net alsof ik ze niet voel. Ik stuur de auto door de straten. Een laagje over die tranen heen leggen werkt nu het beste, weet ik. Ik voel met mijn hand in het zakje drop dat naast de versnellingspook staat. Het is leeg. Shit. Ik rem af voor een rood verkeerslicht. Een paar tranen ontsnappen. Ik veeg ze weg en zet de autoradio aan. Een vrolijk liedje over een verloren liefde stroomt de auto in. Het licht springt op groen en ik rij door.

 

Niet veel later zit ik op een stoel te luisteren naar mijn meditatieleraar. We mediteren en ik zie alleen maar jouw gezicht. De leraar vertelt iets over tijd. Tijd is ruimte en alles uit het verleden bestaat nog steeds. Ik snap het niet helemaal maar ik wil gewoon dat het waar is. Met mijn ogen dicht zie ik mezelf een afslag nemen van de snelweg die het leven is. Ik ga terug. Terug naar waar jij nog bent.

 

De gong klinkt. Ik open mijn ogen en ik sluit weer aan in de file. Dag Joëlle. Tot de volgende keer.

 

Copy


copyright © 2020 – alle rechten voorbehouden – Jacqueline van den Bosch – mail Jacqueline